Lezing Rust en Ritme

Het ochtendgloren is een glinsteren aan de horizon

De avondschemer is een tot rust komen van de hemel

Ons leven is opgenomen in het ritme van dag en nacht met een afwisseling van activiteit en rust. Door voortdurend actief te zijn, lappen wij deze natuurwet collectief aan onze laars. Rust en ritme verliezen hun betekenis en we raken overladen. Ik spreek over het belang van rust en ritme en hoe je deze kernwaardes weer terug kunt brengen in je leven.

Donderdag 8 november 20.00 uur
Driebergen, Kraaybeekerhof

 

Advertenties

Mijn vader……..

Het leven is een zijtak van de liefde, bevaarbaar en kort.
Er zijn kaarten voor en krankzinnige loodsen.
De levenden passeren de doden,
één voor één.

 De liefde is groot en modderig en ondiep,
de liefde stroomt naar zee.

 (Toon Tellegen uit ‘Daar zijn woorden voor’)

 

In november overleed mijn vader.

Opgelucht was ik, lang had zijn strijd geduurd, oud was hij geworden. Opgelucht bleef ik en daar was ik blij om. Toch knaagde een vraag: hoe kon ik nou alleen maar opgelucht zijn? Waar was nou mijn verdriet?

Nog niet zo lang geleden had ik nog gedacht dat als mijn vader zou overlijden ik ontroostbaar zou zijn. En nu bleek het anders te liggen. Ik ging voorwaarts met mijn leven. Stilletjes genoot ik van de opluchting, was ik blij dat het daarbij bleef……

In februari werd ik knorrig en onaangenaam. Ik weet het aan van alles. Een verhuizing, een druk vorig jaar, een operatie aan mijn voeten, mijn werk……! Het werd erger en ik riep: ‘ik ben over-spannen, dat moet het zijn’. Gelukkig, ik had een haakje waar ik mijn gevoel aan op kon hangen.

Ergens in een hoekje van mijn bewustzijn was er wel steeds een stem die zachtjes tegen me sprak: ‘je vader’, hoe is het nu met jouw verdriet om hem’? De stem was zacht en ik kon hem negeren.

De zomer breekt aan, ik verheug me op de open ruimte en de leegte. Ik voel me niet meer knorrig, maar wel licht droevig. Wat is er toch aan de hand denk ik? Natuurlijk, dat is ook zo, het is de drukte van het vorig jaar met zoveel indringende zaken, dat moet het zijn.

Het stemmetje fluistert opnieuw: ‘je vader’.

En ergens in de diepte borrelt het. Mijn verdriet om mijn vader, om wie hij was als vader en om wie hij niet was als vader. Om zijn kunstenaarschap en zijn prachtige giften die hij heeft nagelaten in zijn tekeningen. En alle duizend andere gedachten over hem. En ja, er is een lichte grijze sluier. Die heeft niet zoveel te maken met de drukte van het afgelopen jaar, maar alles met het verdriet om mijn vader. De lege ruimte, de zomertijd met zijn uitgestrektheid heeft mij geholpen om voorbij de opluchting te komen en te voelen dat ik rouw om hem. Toch een beetje ontroostbaar, juist omdat hij mijn vader was.

Pap…..

Ik besta en dat vind ik een wonder waar ik je voor altijd dankbaar voor ben
Volmaakte vaders bestaan niet, maar jij hield van mij en ik van jou.
Dank voor jouw hele eigen vaderschap, ik draag die in mijn hart.
Ik zal naar je uitkijken, tot we elkaar weer treffen. Met liefde……..

 (gesproken woorden tijdens een hommage aan mijn vader in het Eye filmmuseum)

Reikhalzend uitkijken naar…….

Het is zondag en er wordt aan de deur gebeld. Ik ben nog in mijn ochtendjas en mijn pas gewassen haar ligt in een wrong op mijn hoofd gedrapeerd. In eerste instantie zie ik niemand staan als ik vanuit de gang door de ruitjes kijk. Dichterbij gekomen ontwaar ik twee kinderen die met hun snuitjes naar boven gericht hoopvol wachten tot de deur open zwiert.

‘Mevrouw, wilt u misschien iets uit ons winkeltje kopen?’ An offer I cannot resist! ‘Natuurlijk wil ik dat…..’, hoor ik mezelf zeggen. Geef me een paar minuten dan kom ik naar jullie toe.

Ietsje verder in de straat zitten ze op de grond met op doeken allerlei klein spul uitgestald. Het meest in het oog springend zijn wel hun gezichten die vol hoop naar mij opkijken. Ze prijzen de verschillende waar vol overtuiging aan en ik koop een sticker, een pakje chocomel, een plastic krokodil met zonnebril en een ansichtkaart. De twee zijn opgetogen en er wordt mij toegefluisterd dat ik zo lief ben. Ik smelt ter plekke. Op mijn vraag of ze al veel klandizie hebben gehad betrekken de smoeltjes teleurgesteld. Nee, er is eigenlijk niemand die even stopt om iets te kopen. Alleen de buurman is ook langs geweest gelukkig.

Terug in huis voel ik een warm gevoel en die avond vertel ik aan tafel over het gebeuren. Dat ik me zo kan voorstellen dat deze twee kinderen de afgelopen periode het idee hebben gekregen van een winkeltje, de voorbereidingen zijn gaan treffen en met name dat ze er de vorige avond helemaal vol van moeten zijn geweest. Zo’n heel bijzonder gevoel in je buik dat ik me nog zo herinner van vroeger. Een gevoel dat je kunt hebben als iets bijzonders en verheugends op stapel staat en dat je er bijna niet van kunt slapen.

Daags na dit voorval valt mijn oog op een stukje in het nieuws:

vrijdag 21 juli 2017, 12:56

Kleuter krijgt boete voor limonadekraampje

© Hollandse Hoogte

Vier overijverige handhavers hebben een vijfjarig meisje aan het huilen gebracht door haar te beboeten voor haar limonadestalletje. De kleuter verkocht glaasjes limo aan bezoekers van het Londense Lovebox Festival dat vlak bij haar huis wordt gehouden.

Dat meldt de Britse nieuwssite Sky News. Andre Spicer en zijn dochtertje opende het kraampje in de buurt van hun huis in Mile End, in het oosten van Londen. Voor een vriendelijk prijsje van 50 cent per versnapering begon het meisje vol goede moed aan haar eerste onderneming.

Het duurde niet lang of de handhavers spotten het ’illegale handeltje’ en gaven het meisje een vette prent van 150 pond (zo’n 175 euro) omdat zij handelde zonder vergunning. „Daarop barstte ze in tranen uit en riep ’Ik heb een slecht ding gedaan’”, vertelt haar vader ontdaan. De piepjonge limonadehandelaarster is vooral boos en verdrietig na het voorval. „Ze was zo trots op haar winkeltje. Heel zuur dat ze het moest afbreken.”

Een woordvoerder van het stadsdeel Tower Hamlets verklaarde dat de boete ingetrokken zal worden en dat er excuses gemaakt zullen worden aan het meisje en haar vader. „Het spijt ons dat dit is gebeurd. We verwachten dat onze ambtenaren hun gezond verstand gebruiken. Dat is hier duidelijk niet gebeurd.”

Tja, en misschien is dat nou juist het grote probleem, dat deze ambtenaren hun gezond verstand hebben gebruikt. Wat jammer dat ze zich dat hele speciale gevoel van reikhalzend naar iets uitkijken niet meer konden herinneren……. Want natuurlijk hebben zij dat toen ze jong waren ook gehad.

En ik ben blij dat ik dat gevoel nog helemaal in mij heb, dat ik me nog echt zo kan verheugen op iets dat op stapel staat. Het kan zelfs iets heel kleins zijn zoals dat ik een mooi boek heb gezien en besloten heb om het aan te gaan schaffen. Dat ik reikhalzend uitkijk naar het moment waarop ik in het verhaal mag duiken.

Eigenlijk biedt iedere dag wel meerdere momenten waar je reikhalzend naar uit kunt kijken. Het gaat erom dat je jezelf daarop richt zodat deze momenten door je kunnen worden opgemerkt in plaats van dat ze aan je voorbijglijden.

Voor het komend najaar wens ik je veel ‘reikhalsmomenten’ toe…….

 

 

Dakloze Religieuze

Eindelijk ben ik erachter! Ik ben een dakloze religieuze. Alleen de term al is in mijn ogen geweldig. Mijn eigen worsteling met geloof en religie en wat ik dan precies ben en waar ik dan bij hoor, kwam onverwacht in een ander daglicht.

Ik val in een uitzending van het programma ‘Adieu God’ door Tijs van den Brink. Hij zoekt religieus opgevoede BN’ers op om te praten over hun keuze de kerk waarin zij zijn opgegroeid, te verlaten. Dit keer spreekt hij met Sofie van den Enk, presentator en columnist. Het is een ‘atypisch’ interview omdat Sofie juist geen religieuze achtergrond heeft.

Openhartig en in contact kun je het gesprek zeker noemen. Sofie heeft de moed om haar worsteling helemaal op tafel te leggen waarbij vooral de mening van haar sociale omgeving daarbij van doorslaggevende aard is: ‘Wat gaan mensen wel niet van mij denken als ik mij actief tot God ga wenden? En mijn partner ziet bij aankomen! Nee, het is echt not done in mijn kringen om me met religie bezig te houden. Dan ben ik misschien wel zwak, ik moet toch mijn eigen boontjes kunnen doppen. En daar komt nog bij dat ik mijn man, vrienden en kennissen echt kan aanraken, zo voel ik dat niet met bijvoorbeeld Jezus. Etc, etc……..’

Ook ik ben opgegroeid in een niet religieuze omgeving. De kerk zag ik als iets waar ik met een boog omheen moest lopen en waar niet veel goeds te halen was. Tot mijn 40ste was dit mijn grote overtuiging. Tot een dierbaar iemand op een dag tegen mij zei: ‘Jij bent een gelovige vrouw.’ En opeens ging er een luik open, misschien wel naar de hemel. Dit was helemaal waar. Ik ben een gelovige vrouw. Niet dat ik dat toen helemaal kon duiden of zo, maar ik kon wel voelen dat het de waarheid was.

Geloof en religie zijn verwant maar niet hetzelfde. Geloof is voor mij een vrijer begrip en komt los van iets waar je je toe moet verhouden, waar je trouw aan behoort te zijn, waar regels en oordelen aan vastzitten. Geloof is voor mij het gevoel dat er meer is tussen hemel en aarde, dat wonderen bestaan en je werkelijk niet alles kunt maken of breken in het hier en nu. Er misschien wel een energieveld is waar we op aangesloten zijn en we ons aan kunnen toevertrouwen.

Uit hoe Sofie spreekt tijdens het interview kun je opmaken dat zij ook een ‘gelovige’ vrouw is, net als ik. Dat zij weliswaar worstelt met hoe haar geloof concreet vorm te geven, maar dat zij het al lang en breed is. Haar goddelijke momenten zijn wanneer zij iemand helpt. Hierover zegt zij: ‘Vanuit je meest pure lieve volle zelf geef je iets aan iemand anders. Dan wissel je echt iets uit met elkaar in een klein moment. De vreugde die je daarbij voelt en het contact dat je dan hebt, dat je voelt dat je elkaar echt even aanraakt.’

Toen ze dit zei had ze het ook over mij. Dat mijn geloof in de kleine momenten zit, in de verbinding en het contact met de ander en tegelijk met wat groter is dan ik. En dat zonder mijn contact met wat groter is dan ik, ik geen echte verbinding kan hebben met een ander.

Sofie eindigt met de lumineuze stelling dat zij een dakloze religieuze is. Haar woorden: ‘Ik geloof wel, ik denk toch wèl dat ik dat zo ervaar. Maar ik heb geen huis om het in te vieren.’

Misschien dat ik mezelf vanaf nu een dakloze gelovige ga noemen.

Adieu worsteling!

De 3 Luiken……

Het is rond Kerst en ik ben met mijn zoon bij het afhaal gedeelte van de Chinees. Omdat onze bestelling wat op zich laat wachten, nemen we rustig plaats op een bank. Vanuit ons plekje hebben wij goed zicht op wat er zich achter de balie afspeelt.

Ik laat wat ik zie en de geluiden die erbij horen op me inwerken. En in plaats van dat ik denk: ‘kon ik maar weg met mijn eten’, kijk ik wat beter. Achter de balie zijn zeker vijf dames en één heer keihard aan het werk. Het gaat maar door: de telefoon, de bestellingen vanuit het restaurant dat afgeladen vol zit en de onderlinge interactie. Ik realiseer me dat deze mensen weten wat hard werken is en ik kijk vol bewondering naar hoe ze zich, in de kleine ruimte achter de bar, om elkaar heen bewegen waarbij alles ‘smooth’ lijkt te lopen.

Dan valt mijn oog op de 3 luiken. Ik heb die luiken al vaker gezien. Vaak in smachtende afwachting tot één van de luiken open zou gaan en mijn eten erdoor geschoven zou worden. Zodat ik tenminste naar huis kon. Nu kijk ik beter en ook al kom ik sinds jaar en dag bij deze Chinees, het valt me nu pas op dat de 3 luiken ieder een hele eigen functie hebben.

Het luik het verst van ons af is het luik waar de schone en vieze vaat doorheen geschoven wordt. Het tweede luik is het luik waar het eten voor het restaurant aangeboden wordt. En het derde, dichtstbijzijnde luik, is het luik van de meeneem maaltijden.

De luiken gaan van onder naar boven open. Er is eigenlijk steeds bedrijvigheid bij ieder luik. Bestellingen worden doorgegeven aan de keuken, er worden vuile borden en glazen naar de keuken verwezen en schone vaat komt er voor terug, en er komen veelvuldig voor mij onverstaanbare Chinese zinnen en woorden vanuit de keuken door de luiken heen naar voren en andersom. Het is een levendigheid en bedrijvigheid van jewelste.

Plots zie ik de koppeling met mijn eigen bestaan. Ik heb ook 3 luiken. Een luik voor mijn vieze en schone vaat, waar ik mijn eigen lichaam en directe woonomgeving schoon heb te houden en mezelf steeds in shape dien te houden. Een luik voor de verbinding met de mensen in het restaurant, de verbinding met alle delen die in mij huizen zoals mijn gevoelens, mijn gedachten constructen, mijn handelen en mijn diepste weten. En een luik voor mijn verbondenheid met de buitenwereld, het luik van de meeneem maaltijden. Mijn contact met de wereld, waarin zaken van mij gevraagd worden en ik zaken kan geven. En waar ik ook heb te zorgen dat ik mezelf in acht neem, en niet zoveel van mezelf weggeef dat het me parten gaat spelen.

Het ene luik kan niet zonder het andere luik. Als er één luik dichtgaat, is het eigenlijk ook over met de andere luiken. Als je je eigen leven niet op orde hebt, je vaat niet schoonhoudt, dan wordt het al heel snel een enorme puinhoop in je denken, voelen, handelen en raak je weg van wie je ten diepste bent. Dan volgt stagnatie in je hele systeem. Wat weer direct uitwerking heeft op je contact met de buitenwereld. Als het van binnen niet ontspannen is, gaat het naar buiten wringen. Dan kun je niet zoveel geven en ontvangen als je graag zou willen en boet je in in vitaliteit en veerkracht.

Ter plekke heb ik het erover met mijn zoon die direct de samenhang ziet en er ook door geïnspireerd lijkt. We kijken elkaar aan en ik weet dat vanaf nu mijn bezoek aan de Chinees nooit meer dezelfde zal zijn. Een blijvende herinnering aan het feit dat ik 3 luiken heb en hoe ik daarmee omspring.

Ik neem me voor 2016 voor om alle 3 de luiken in top conditie te houden zodat ze nog lang open en dicht kunnen gaan.

 

Bij de dokter…….

Ze verschijnt plots in mijn beeld. Een vrij lange vrouw, beetje wankel op de been met haar vol speldjes. Razendsnel gaat mijn blik van boven naar beneden en mijn conclusie is dat deze vrouw waarschijnlijk aan het klussen is. Haar kleren zien er slonzig en viezig uit, haar schoenen zitten vol verfspatten.

De doktersassistente opent het glazen raampje. Van waar ik zit kan ik haar niet zien, alleen horen.

‘Goedemorgen, wat kan ik voor u doen’? vraagt ze op vriendelijke toon.

Met ietwat luide stem antwoordt de vrouw met de speldjes in plat Haags.

‘Ziet u, ik ben Zwèrver’.

‘Ach’ denk ik direct, een zwerver. Ik voel mededogen voor haar en een gevoel van ontzetting dat ik, nog geen minuut geleden, zo snel mijn beeldvorming klaar had.

De vrouw met de speldjes vervolgt:

‘Ik heb zo’n vreselijke pijn. Ik word er helemaal gek van. Misschien kunt u mij helpen’?

‘En waar heeft u dan pijn’? vraagt de assistente.

‘Ik heb vreselijke Pijn Aan Mijn Ziel’ zegt de vrouw met de speldjes.

Vanaf mijn plekje kan ik de gehele wachtruimte overzien. We zitten met 4 mensen te wachten op de dokter. Na de ‘pijn aan mijn Ziel’ uitspraak kun je een speld horen vallen. Iedereen, inclusief ik, houdt de adem in.

Op de suggestie van de assistente dat een goed gesprek dan misschien op zijn plaats is, antwoordt de vrouw op harde toon:

Nee, op een gesprek zit ik niet te wachten. U moet weten dat ik nu 59 jaar ben en ik al 59 jaar pijn aan mijn Ziel heb. Ik ben er zo vreselijk zat van. Eigenlijk wil ik geholpen worden dat dit eindigt’.

Het was al doodstil in de wachtruimte, nu wordt het nog stiller. Alle wachtenden hebben zo hun eigen gedachten en gevoelens op dit moment. Ik ben diep getroffen door wat ze zegt. Al 59 jaar Zielenpijn! Wat een gevecht…..

Ze vervolgt: ‘En nu willen ze me ook nog in de gevangenis gooien. U zult begrijpen dat ik daar hélemaal geen trek in heb’.

De assistente humt instemmend vanachter het glazen raampje. Ik hou mijn hart vast. Wat zal er nu volgen?

Ze gaat verder: ‘Dus nu had ik een vraag aan u, heeft u misschien een Paracetamol voor mij’?

Deze plotselinge wending zagen we allemaal niet aankomen. De assistente geeft eerst aan dat ze die niet heeft (?), en dat de vrouw aan de overkant bij de apotheek de paracetamol kan verkrijgen….

Dan hoor ik toch geritsel van een uitdrukstrip en een hand komt door het raampje heen. De vrouw met de speldjes reageert opgelucht en blij en binnen een fractie van een seconde is ze verdwenen. Ons allen verbijsterd achterlatend.

Ik zit er beduusd bij. De hele situatie lijkt wel een klucht, van een intrigerend begin, via een pijnlijk midden naar een onverwacht verrassend einde. Een Paracetamol voor Zielenpijn! Dat zou pas een oplossing zijn. Mijn hart en hoofd tuimelen over elkaar heen. Mijn hart gaat uit naar de vrouw en haar ‘lijden’, mijn hoofd probeert betekenis te geven.

Ik realiseer me hoe snel wij mensen associëren en interpreteren. We vormen ons de hele dag razendsnel beelden, waar we net zo snel conclusies aan verbinden. En dan denken we ook nog de werkelijkheid te zien en te weten hoe het zit.

Niets is minder waar! We weten eigenlijk nooit precies hoe het zit. Daar in die wachtkamer ben ik dankbaar dat ik dit mag beleven en me daardoor herinner dat te snelle beeldvorming ‘vastzet’. En dat het er toch steeds weer om gaat me te laten verrassen. Het aandurven het niet te weten zodat het werkelijke beeld zich aan mij mag tonen!

Ik hoor mijn naam, ik ben aan de beurt.

Wat voor vrouw ziet de dokter eigenlijk binnenkomen……..?

Capillaire werking

Al 1,5 jaar vullen wij onze verwarmingsketel 1x in de week bij. Alles hebben we al gedaan om te achterhalen waar het water blijft dat we bijvullen. Als dat zich achter een muur en onder een vloer bevindt, kom je daar niet achter. Je blijft bijvullen, zonder dat je ergens iets merkt of ziet van vocht. Deze week was het zover: ‘een stevige lekkage’. Het lek manifesteerde zich in onze hal, maar bleek zich feitelijk op een verborgen plek ergens in de badkamer te bevinden.

Water zoekt altijd het laagste punt en weet zich, zonder dat het wordt opgemerkt, een weg te banen. Op navragen bij onze loodgieter bleek dat water ondoorgrondelijke wegen kent. Het kan in zijn route naar het laagste punt ook bij nauwe afsluitingen komen en dan tijdelijk zowel omhoog, omlaag of in horizontale banen bewegen. Dit principe wordt capillaire werking genoemd. Maw, je denkt op punt A een lek te hebben omdat je daar water ziet, maar ergens anders op punt B blijkt het lek te zitten. Soms is een lek helemaal niet te achterhalen! Een mysterieus gegeven.

En zo is het ook met onze gevoelswereld bedacht ik mij. Gevoel is een innerlijke beleving waarbij er vier basis vormen zijn: boosheid, angst, vreugde en verdriet. Hoe lastig is het niet om bij onszelf te achterhalen wat voor een gevoel we bij iets hebben, wat onze innerlijke beleving precies is. Soms blijven we onszelf bijvullen door de symptomen te bestrijden. We voelen ons rot en weten niet waarom. In plaats van dat te achterhalen vinden we het vaak gemakkelijker om even weg te zappen in de wondere wereld van internet, een glas wijn of een hoofdpijnpil te nemen. We merken wel dat het ergens lekt maar weten niet waar.

Ik vermoed dat wij als mens ook last hebben van capillaire werking in onze gevoelswereld. Een boosheid of woede blijkt eigenlijk een angst of vrees te zijn. Gelijk aan het lek in mijn hal: het leek zich daar te bevinden, maar het bevond zich heel ergens anders. Zo lijk je boos of woedend te zijn, maar in feite ben je angstig of bevreesd. Ons gevoelsleven is even ondoorgrondelijk als water. Het kent diepten, ondiepten, verborgen plekken, plekken die niet gemakkelijk te bereiken zijn en het toont zich geregeld op een andere plek en in een andere vorm. Het kan ons danig ontregelen en met voorrang aandacht vragen, zoals bij mijn lekkage.

En toch…… zonder ons gevoelsleven zou het maar een saaie, dooie en dorre boel worden. Zonder water geen bestaan, zonder gevoel geen leven! En bij tijd en wijle word je genoodzaakt het lek boven te krijgen omdat je anders maar blijft bijvullen.